Tertia Pars. Quaestio 40.
Over Christus’ levenswijze .
Articulus 1.
Had Christus met de mensen om moeten gaan of had Hij een kluizenaarsleven moeten leiden?
Ad primum sic proceditur. Videtur quod Christus non debuerit inter homines conversari, sed solitariam agere vitam. Oportebat enim quod Christus sua conversatione non solum se hominem ostenderet, sed etiam Deum. Sed Deum non convenit cum hominibus conversari, dicitur enim Dan. II, exceptis diis, quorum non est cum hominibus conversatio; et philosophus dicit, in I Polit., quod ille qui solitarius vivit, aut est bestia, si scilicet propter saevitiam hoc faciat, aut est Deus, si hoc faciat propter contemplandam veritatem. Ergo videtur quod non fuerit conveniens Christum inter homines conversari. (IIIa q. 40 a. 1 arg. 1)
1 — Men beweert, dat Christus niet onder de mensen had moeten leven, maar een kluizenaarsleven had moeten leiden. Het betaamde immers, dat Christus in zijn levenswijze zich niet alleen mens maar ook God toonde. Maar voor een God past het niet met de mensen om te gaan: want Daniel zegt (2, 11): « Behalve de goden, die met de mensen geen omgang hebben »; en de Wijsgeer zegt in het 1e Boek der Politica, dat hij, die op zich zelf leeft ofwel een dier is, indien hij dit namelijk uit wreedheid doet, ofwel een god, als hij dat namelijk doet om de waarheid te beschouwen. Dus schijnt het wel, dat het niet passend was, dat Christus onder de mensen verkeerde.
Praeterea, Christus, dum in carne mortali vixit, debuit perfectissimam vitam ducere. Perfectissima autem vita est contemplativa, ut in secunda parte habitum est. Ad vitam autem contemplativam maxime competit solitudo, secundum illud Osee II, ducam eam in solitudinem, et loquar ad cor eius. Ergo videtur quod Christus debuerit solitariam vitam ducere. (IIIa q. 40 a. 1 arg. 2)
2 — Zolang als Christus een sterfelijk lichaam had, moest Hij een zo volmaakt mogelijk leven leiden. Het beschouwende leven nu is het volmaaktste, zoals in het 2e Deel gezegd is (IIa-IIae, 182e Kw., 1e en 2e Art.). Het meest geschikt echter voor een beschouwend leven is de eenzaamheid, volgens Hosea (2, 14): « Ik zal haar naar de woestijn brengen en ik zal spreken tot haar hart ». Dus had Christus in de eenzaamheid moeten leven.
Praeterea, conversatio Christi debuit esse uniformis, quia semper in eo debuit apparere quod optimum est. Sed quandoque Christus solitaria loca quaerebat, turbas declinans, unde Remigius dicit, super Matth., tria refugia legitur dominus habuisse, navim, montem et desertum, ad quorum alterum, quotiescumque a turbis comprimebatur, conscendebat. Ergo et semper debuit solitariam vitam agere. (IIIa q. 40 a. 1 arg. 3)
3 — Christus’ levenswijze moest eenvormig zijn, omdat in Hem altijd het beste moest te zien zijn. Maar soms heeft Christus eenzame plaatsen opgezocht en zich teruggetrokken van het volk. Vandaar zegt Remigius in zijn Verklaring van Mattheus: « Christus de Heer heeft, zoals te lezen staat, drie wijkplaatsen gehad: een schip, een berg en de woestijn; de tweede besteeg Hij zo dikwijls als de menigte tegen Hem opdrong ». Bijgevolg had Hij ook altijd een eenzaam leven moeten leiden.
Sed contra est quod dicitur Baruch III, post haec in terris visus est, et cum hominibus conversatus est. (IIIa q. 40 a. 1 s. c.)
Daartegenover staat echter wat Baruch zegt (3, 38): « Daarna verscheen Hij op aarde, en ging om met de mensen ».
Respondeo dicendum quod conversatio Christi talis debuit esse ut conveniret fini incarnationis, secundum quam venit in mundum. Venit autem in mundum, primo quidem, ad manifestandum veritatem, sicut ipse dicit, Ioan. XVIII, in hoc natus sum, et ad hoc veni in mundum, ut testimonium perhibeam veritati. Et ideo non debebat se occultare, vitam solitariam agens, sed in publicum procedere, publice praedicando. Unde, Luc. IV, dicit illis qui volebant eum detinere, quia et aliis civitatibus oportet me evangelizare regnum Dei, quia ideo missus sum. Secundo, venit ad hoc ut homines a peccato liberaret, secundum illud I Tim. I, Christus Iesus venit in hunc mundum peccatores salvos facere. Et ideo, ut Chrysostomus dicit, licet in eodem loco manendo posset Christus omnes ad se attrahere, ut eius praedicationem audirent, non tamen hoc fecit, praebens nobis exemplum ut perambulemus et requiramus pereuntes, sicut pastor ovem perditam, et medicus accedit ad infirmum. Tertio, venit ut per ipsum habeamus accessum ad Deum, ut dicitur Rom. V. Et ita, familiariter cum hominibus conversando, conveniens fuit ut hominibus fiduciam daret ad se accedendi. Unde dicitur Matth. IX, factum est, discumbente eo in domo, ecce, multi publicani et peccatores venientes discumbebant cum Iesu et discipulis eius. Quod exponens Hieronymus dicit, viderant publicanum, a peccatis ad meliora conversum, locum invenisse poenitentiae, et ob id etiam ipsi non desperant salutem. (IIIa q. 40 a. 1 co.)
Christus' levenswijze moest van die aard zijn, dat ze met het doel der menswording, waartoe Hij in de wereld gekomen is, overeen kon komen. Hij is nu in de wereld gekomen, ten eerste, om de waarheid bekend te maken, zoals Hij zelf zegt (Joannes, 18, 37): « Ik ben geboren en in de wereld gekomen, juist om te getuigen voor de waarheid ». En bijgevolg moest Hij zich niet verbergen, en een kluizenaarsleven leiden, maar onder de menigte treden, en in het openbaar preken. Daarom zegt Hij aan hen, die Hem tegen wilden houden (Lucas, 4, 42, 43): « Ook aan andere steden moet Ik het koninkrijk Gods gaan verkondigen; want daartoe ben Ik in de wereld gezonden ». Ten tweede is Hij gekomen, om de mensen van de zonde te bevrijden, volgens de Eerste Brief aan Timotheüs (1, 15): « Jesus Christus is in deze wereld gekomen, om zondaars te redden ». En daarom: ook al kon Christus, zoals Chrysostomus zegt, op eenzelfde plaats blijvend, allen tot zich trekken, om naar zijn preken te luisteren, Hij deed het echter niet en gaf ons daardoor een voorbeeld, opdat ook wij rond zouden gaan en op zouden zoeken die verloren gaan, gelijk een herder zijn verloren schaap opzoekt en een geneesheer naar de zieke toegaat. Ten derde is Hij gekomen, opdat wij door Hem toegang zouden hebben tot God (Romeinen, 5, 2). En daarom was het passend, dat Hij, door vertrouwelijk met de mensen om te gaan, hen de moed gaf tot Hem te naderen. Daarom zegt Mattheus (9, 10): « En zie, toen Jesus thuis aan tafel aanlag, kwamen vele tollenaars en zondaars aanliggen met Hem en zijn leerlingen. » In zijn verklaring van deze woorden zegt Hieronymus (1e Boek): « Ze hadden gezien, dat een tollenaar, van zijn zonden tot een beter leven bekeerd, gelegenheid tot boetvaardigheid had gevonden: en daarom wanhopen ook zij niet aan hun heil ».
Ad primum ergo dicendum quod Christus per humanitatem suam voluit manifestare divinitatem. Et ideo, conversando cum hominibus, quod est proprium hominis, manifestavit omnibus suam divinitatem, praedicando et miracula faciendo, et innocenter et iuste inter homines conversando. (IIIa q. 40 a. 1 ad 1)
1 — Christus wilde door zijn mensheid zijn Godheid bekend maken. Door dus met de mensen om te gaan, wat eigen is aan de mens, maakte Hij aan allen zijn Godheid bekend, al predikende en wonderen werkend en door onbaatzuchtig en rechtvaardig onder de mensen te leven.
Ad secundum dicendum quod, sicut in secunda parte dictum est, vita contemplativa simpliciter est melior quam activa quae occupatur circa corporales actus, sed vita activa secundum quam aliquis praedicando et docendo contemplata aliis tradit, est perfectior quam vita quae solum contemplatur, quia talis vita praesupponit abundantiam contemplationis. Et ideo Christus talem vitam elegit. (IIIa q. 40 a. 1 ad 2)
2 — Zoals in het 2e Deel gezegd is (IIa IIae, 182e Kw., 1e Art.; 188e Kw., 6e Art.) is, absoluut genomen, het beschouwende leven beter dan het werkdadige leven, dat zich met lichamelijke handelingen bezig houdt: maar het werkdadige leven, waarin iemand al preekend en lerend het beschouwde aan anderen mededeelt, is volmaakter dan het leven, dat alleen maar beschouwt, omdat zo een leven de volheid van beschouwing veronderstelt. En daarom heeft Christus dat leven uitgekozen.
Ad tertium dicendum quod actio Christi fuit nostra instructio. Et ideo, ut daret exemplum praedicatoribus quod non semper se darent in publicum, ideo quandoque dominus se a turbis retraxit. Quod quidem legitur fecisse propter tria. Quandoque quidem propter corporalem quietem. Unde Marci VI dicitur quod dominus dixit discipulis, venite seorsum in desertum locum, et requiescite pusillum. Erant enim qui veniebant et redibant multi, et nec spatium manducandi habebant. Quandoque vero causa orationis. Unde dicitur Luc. VI, factum est in illis diebus, exiit in montem orare, et erat pernoctans in oratione Dei. Ubi dicit Ambrosius quod ad praecepta virtutis suo nos informat exemplo. Quandoque vero ut doceat favorem humanum vitare. Unde super illud Matth. V, videns Iesus turbas ascendit in montem, dicit Chrysostomus, per hoc quod non in civitate et foro, sed in monte et solitudine sedit, erudivit nos nihil ad ostentationem facere, et a tumultibus abscedere, et maxime cum de necessariis disputare oporteat. (IIIa q. 40 a. 1 ad 3)
3 — Christus’ daden waren ons tot leering. Om dus aan de predikanten een voorbeeld te geven, dat ze niet voortdurend in het openbaar zouden optreden, daarom trok de Heer zich zo nu en dan van de menigte terug. En dit deed Hij, zoals er geschreven staat, om drie redenen. Somtijds namelijk om lichamelijk wat uit te rusten. Vandaar staat er bij Marcus (6, 31) dat Christus aan de leerlingen zei: « Komt zelf nu eens afzonderlijk mee naar een eenzame plaats, en rust wat uit. Want velen liepen in en uit, zodat ze zelfs geen tijd hadden om te eten ». Soms daarentegen om te bidden. Vandaar zegt Lucas (6, 12): « In die dagen ging Hij het gebergte in om te bidden, en bracht er de nacht door in het gebed tot God ». Hierop zegt Ambrosius (Verklaring van Lucas, 5e B., N° 42) dat Hij ons door zijn voorbeeld de voorschriften der deugd onderwijst. Soms weer, om ons te leren de gunst der mensen te vermijden. Vandaar zegt Chrysostomus op deze woorden van Mattheus (5, 1): « Toen Jesus de menigte zag besteeg Hij de berg »: « Doordat Hij zich niet in een stad en op de markt, maar op een berg en in eenzaamheid neerzet, leerde Hij ons niets te doen, om zich te laten zien en zich uit het gewoel terug te trekken en dit vooral als er noodzakelijke dingen behandeld moeten worden ».