Prima Pars. Quaestio 112. De zending der engelen .
Prooemium
Deinde considerandum est de missione Angelorum. Et circa hoc quaeruntur quatuor. Primo,
utrum aliqui Angeli mittantur in ministerium. Secundo, utrum omnes mittantur. Tertio,
utrum illi qui mittuntur, assistant. Quarto, de quibus ordinibus mittantur. (Ia q. 112 pr.)
Nu moeten we de zending der engelen beschouwen. En hieromtrent stellen we vier vragen:
1. Worden sommige engelen ter bediening uitgezonden? 2. Worden allen gezonden? 3.
Staan allen die gezonden worden voor God? 4. Uit welke koren worden ze gezonden?
Articulus 1. Worden sommige engelen ter bediening uitgezonden?
Ad primum sic proceditur. Videtur quod Angeli in ministerium non mittantur. Omnis
enim missio est ad aliquem determinatum locum. Sed actiones intellectuales non determinant
aliquem locum, quia intellectus abstrahit ab hic et nunc. Cum igitur actiones angelicae
sint intellectuales, videtur quod Angeli ad suas actiones agendas non mittantur. (Ia q. 112 a. 1 arg. 1)
1 — Men beweert, dat er geen engelen ter bediening worden uitgezonden. — Iedere zending
is immers naar een bepaalde plaats. Maar verstandswerkingen bepalen geen plaats, daar
het verstand abstraheert van het hier en nu. Daar dus de werkingen der engelen verstandelijk
zijn, schijnen de engelen niet gezonden te worden om hun werkingen uit te oefenen.
Praeterea, caelum Empyreum est locus pertinens ad dignitatem Angelorum. Si igitur
ad nos mittantur in ministerium, videtur quod eorum dignitati aliquid depereat. Quod
est inconveniens. (Ia q. 112 a. 1 arg. 2)
2 — De vuurhemel is de plaats, die aan de waardigheid der engelen verschuldigd is: als
ze dus ter bediening naar ons gezonden worden, schijnt er iets van hun waardigheid
verloren te gaan. En dit is ongepast.
Praeterea, exterior occupatio impedit sapientiae contemplationem, unde dicitur Eccli.
XXXVIII, qui minoratur actu, percipiet sapientiam. Si igitur Angeli aliqui mittuntur
ad exteriora ministeria, videtur quod retardentur a contemplatione. Sed tota eorum
beatitudo in contemplatione Dei consistit. Si ergo mitterentur, eorum beatitudo minueretur.
Quod est inconveniens. (Ia q. 112 a. 1 arg. 3)
3 — Uiterlijke bezigheid belet de contemplatie der waarheid; vandaar wordt in het Boek
Ecclesiasticus (38, 25) gezegd: “Wie minder bezig is, zal wijsheid erlangen”. Als
er dus engelen uitgezonden worden voor uiterlijke bedieningen, schijnen ze afgehouden
te worden van de contemplatie. Maar geheel hun geluk bestaat in de contemplatie van
God. Worden ze dus gezonden, dan vermindert hun geluk. Dat is onaannemelijk.
Praeterea, ministrare est inferioris, unde dicitur Lucae XXII, quis maior est, qui
recumbit, an ille qui ministrat? Nonne qui recumbit? Sed Angeli sunt maiores nobis
ordine naturae. Ergo non mittuntur in ministerium nostrum. (Ia q. 112 a. 1 arg. 4)
4 — Bedienen is het werk van de mindere: waarom bij Lucas gezegd wordt (22, 27): “Wie
is groter: hij die aan tafel ligt, of hij die bedient? Is het niet hij, die aan tafel
ligt?” Maar de engelen zijn in de natuurlijke orde hoger dan wij. Dus worden ze niet
uitgezonden om ons te bedienen.
Sed contra est quod dicitur Exod. XXIII, ecce ego mittam Angelum meum, qui praecedat
te. (Ia q. 112 a. 1 s. c.)
Daartegenover staat echter, dat in het Boek van de Uittocht (23, 20) gezegd wordt:
“Zie, Ik zal mijn engel zenden, die voor u uitgaat”.
Respondeo dicendum quod ex supra dictis manifestum esse potest quod aliqui Angeli
in ministerium mittuntur a Deo. Ut enim supra dictum est, cum de missione divinarum
personarum ageretur, ille mitti dicitur, qui aliquo modo ab alio procedit, ut incipiat
esse ubi prius non erat, vel ubi prius erat, per alium modum. Filius enim aut spiritus
sanctus mitti dicitur, ut a patre procedens per originem; et incipit esse novo modo,
idest per gratiam vel per naturam assumptam, ubi prius erat per deitatis praesentiam.
Dei enim proprium est ubique esse, quia cum sit universale agens, eius virtus attingit
omnia entia; unde est in omnibus rebus, ut supra dictum est. Virtus autem Angeli,
cum sit particulare agens, non attingit totum universum; sed sic attingit unum, quod
non attingit aliud. Et ideo ita est hic, quod non alibi. Manifestum est autem per
supra dicta, quod creatura corporalis per Angelos administratur. Cum igitur aliquid
est fiendum per aliquem Angelum circa aliquam creaturam corpoream, de novo applicatur
Angelus illi corpori sua virtute; et sic Angelus de novo incipit ibi esse. Et hoc
totum procedit ex imperio divino. Unde sequitur, secundum praemissa, quod Angelus
a Deo mittatur. Sed actio quam Angelus missus exercet, procedit a Deo sicut a primo
principio, cuius nutu et auctoritate Angeli operantur; et in Deum reducitur sicut
in ultimum finem. Et hoc facit rationem ministri, nam minister est sicut instrumentum
intelligens; instrumentum autem ab alio movetur, et eius actio ad aliud ordinatur.
Unde actiones Angelorum ministeria vocantur; et propter hoc dicuntur in ministerium
mitti. (Ia q. 112 a. 1 co.)
Uit het bovenstaande kan het duidelijk zijn, dat er engelen door God worden uitgezonden
ter bediening. Zoals immers boven gezegd is (43e Kw. 1e Art.), toen we handelden over
de zending der goddelijke Personen, zegt men van iemand dat hij gezonden wordt, als
hij op enigerlei wijze van een ander uitgaat, zodat hij begint te zijn waar hij eerst
niet was, of waar hij wel was, op een andere wijze komt. We zeggen, dat de Zon of
de H. Geest gezonden wordt, in zover Hij krachtens voortkomst van de Vader uitgaat,
en door de genade of de aangenomen natuur op een nieuwe manier begint te zijn, waar
Hij eerst was door de goddelijke Tegenwoordigheid. Het is immers God eigen overal
te zijn, want daar Hij de algemene werkoorzaak is, raakt zijn kracht alle wezens,
zodat Hij, gelijk boven gezegd is (81e Kw. 1e Art.), in alle dingen is. Het vermogen
van de engel echter, die slechts een particuliere werkoorzaak is, bereikt het gehele
heelal niet, maar raakt zo het ééne, dat hij niet het andere raakt. Vandaar is hij
op zulk een manier hier, dat hij niet elders is. Uit het boven gezegde is het echter
duidelijk, dat de lichamelijke schepping door de engelen beheerd wordt. Als dus met
betrekking tot een lichamelijk schepsel opnieuw iets door een engel moet gedaan worden,
moet de engel opnieuw door zijn kracht dit lichaam bereiken, en zo begint hij daar
opnieuw te zijn. En dit gebeurt geheel op goddelijk bevel. Dus volgt uit het voorgaande,
dat de engel door God gezonden wordt. Maar de werking, die de gezonden engel uitoefent,
gaat van God als van het eerste beginsel uit, op wiens wenk en gezag de engelen werken;
gaat ook weer tot God terug als tot het laatste doel. En dit is wat het karakter van
dienaar geeft; want de dienaar is als een verstandelijk werktuig; het werktuig echter
wordt door een ander bewogen, en zijn werking op iets anders gericht. Aan daar worden
de werkingen der engelen bedieningen genoemd, en daarom zegt men, dat de engelen ter
bediening worden uitgezonden.
Ad primum ergo dicendum quod aliqua operatio dupliciter dicitur intellectualis. Uno
modo, quasi in ipso intellectu consistens, ut contemplatio. Et talis operatio non
determinat sibi locum, immo, ut Augustinus dicit IV de Trin., etiam nos, secundum
quod aliquid aeternum mente sapimus, non in hoc mundo sumus. Alio modo dicitur aliqua
actio intellectualis, quia est ab aliquo intellectu regulata et imperata. Et sic manifestum
est quod operationes intellectuales interdum determinant sibi loca. (Ia q. 112 a. 1 ad 1)
1 — Op twee manieren wordt een werking verstandelijk genoemd. Voor het eerst als in de
verstand blijvend, zoals contemplatie. En ten tweede bepaalt geen plaats: ja, zoals
Augustinus zegt, “is niet in deze wereld, in zover wij met het verstand de eeuwige
dingen aanschouwen”. — Vervolgens wordt een daad verstandelijk genoemd, in zover deze
door het verstand geregeld en bevolen wordt. En zo bepalen verstandelijke handelingen
zich klaarblijkelijk soms een plaats.
Ad secundum dicendum quod caelum Empyreum pertinet ad dignitatem Angeli secundum congruentiam
quandam, quia congruum est ut supremum corporum naturae quae est supra omnia corpora,
attribuatur. Non tamen Angelus aliquid dignitatis accipit a caelo Empyreo. Et ideo
quando actu non est in caelo Empyreo, nihil eius dignitati subtrahitur, sicut nec
regi, quando non actu sedet in regali solio, quod congruit eius dignitati. (Ia q. 112 a. 1 ad 2)
2 — De vuurhemel behoort naar zekere gepastheid tot de waardigheid van de engel: het is
immers gepast, dat het hoogste lichaam wordt toegekend aan de natuur, die boven alle
lichamen is. Maar de engel ontleent geen enkele waardigheid aan de vuurhemel. Vandaar
dat, wanneer hij ogenblikkelijk niet in die vuurhemel is, er niets van zijn waardigheid
verloren gaat: zoals ook met het geval is bij de koning, wanneer hij ogenblikkelijk
niet op de koningstroon gezeten is, wat zijn waardigheid toekomt.
Ad tertium dicendum quod in nobis exterior occupatio puritatem contemplationis impedit,
quia actioni insistimus secundum sensitivas vires, quarum actiones cum intenduntur,
retardantur actiones intellectivae virtutis. Sed Angelus per solam intellectualem
operationem regulat suas actiones exteriores. Unde actiones exteriores in nullo impediunt
eius contemplationem, quia duarum actionum quarum una est regula et ratio alterius,
una non impedit, sed iuvat aliam. Unde Gregorius dicit, in II Moral., quod Angeli
non sic foris exeunt, ut internae contemplationis gaudiis priventur. (Ia q. 112 a. 1 ad 3)
3 — Bij ons belet de uiterlijke handeling de zuiverheid der contemplatie, omdat wij door
onze zinnelijke vermogens werkzaam zijn, en wanneer dezer werkzaamheid krachtiger
wordt, verslapt de werking der verstandelijke vermogens. Maar de engel regelt zijn
uiterlijke daden door de verstandelijke werking alleen. Vandaar beletten zijn uiterlijke
daden in geen enkel opzicht zijn contemplatie: want als van twee handelingen de ene
de regel en norm is van de andere, belet de een de ander niet, maar helpt deze. Daarom
zegt ook Gregorius, dat “de engelen niet zo naar buiten gaan, dat ze van de vreugden
der inwendige contemplatie beroofd worden”.
Ad quartum dicendum quod Angeli in suis actionibus exterioribus ministrant principaliter
Deo, et secundario nobis. Non quia nos sumus superiores eis, simpliciter loquendo,
sed quilibet homo vel Angelus, inquantum adhaerendo Deo fit unus spiritus cum Deo,
est superior omni creatura. Unde apostolus, ad Philipp. II, dicit, superiores sibi
invicem arbitrantes. (Ia q. 112 a. 1 ad 4)
4 — De engelen bedienen in hun uiterlijke handelingen allereerst God, en ons slechts op
de tweede plaats. Niet omdat wij zonder meer hoger zijn dan zij, maar omdat iedere
mens of engel, die God aanhangt, één geest is met God, en hoger dan ieder schepsel.
Vandaar zegt de Apostel: “Acht een ander hoger dan uzelf” (Phil. 2, 3).
Articulus 2. Worden allen gezonden?
Ad secundum sic proceditur. Videtur quod omnes Angeli in ministerium mittantur. Dicit
enim apostolus, ad Heb. I, omnes sunt administratorii spiritus, in ministerium missi. (Ia q. 112 a. 2 arg. 1)
1 — Men beweert, dat alle engelen ter bediening worden uitgezonden. — De Apostel zegt
immers: “Allen zijn dienstbare geesten, uitgezonden ter bediening” (Hebr. 1, 14).
Praeterea, inter ordines supremus est ordo Seraphim, ut ex supra dictis patet. Sed
Seraphim est missus ad purgandum labia prophetae, ut habetur Isaiae VI. Ergo multo
magis inferiores Angeli mittuntur. (Ia q. 112 a. 2 arg. 2)
2 — Van alle koren, is, zoals uit het bovenstaande blijkt (108e Kw. 6e Art.), dat der
Serafijnen het hoogste. Maar volgens Isaïas (6, 6, 7) “werd een Serafijn gezonden
om de lippen van de Profeet te zuiveren”. Dus veel meer worden dan de lagere engelen
gezonden.
Praeterea, divinae personae in infinitum excedunt omnes ordines Angelorum. Sed divinae
personae mittuntur, ut supra dictum est. Ergo multo magis quicumque supremi Angeli. (Ia q. 112 a. 2 arg. 3)
3 — De goddelijke Personen gaan op oneindige wijze alle engelenkoren te boven. Maar zoals
boven gezegd is (43e Kw. 1e Art.), worden de goddelijke Personen gezonden. Dus veel
meer ook de allerhoogste engelen.
Praeterea, si superiores Angeli non mittuntur ad exterius ministerium, hoc non est
nisi quia superiores Angeli exequuntur divina ministeria per inferiores. Sed cum omnes
Angeli sint inaequales, ut supra dictum est, quilibet Angelus habet inferiorem Angelum,
praeter ultimum. Ergo unus Angelus solus ministraret in ministerium missus. Quod est
contra id quod dicitur Daniel VII, millia millium ministrabant ei. (Ia q. 112 a. 2 arg. 4)
4 — Als de hogere engelen niet ter uiterlijke bediening worden uitgezonden, dan is dat
omdat de hogere engelen de goddelijke bedieningen uitoefenen door de lagere. Maar
omdat, zoals boven gezegd is (50e Kw. 4e Art.; 108e Kw. 3e Art. 1e Antw.), alle engelen
verschillen, heeft iedere engel behalve de allerlaagste, een lager engel. Dus zou
alleen één enkele engel ter bediening uitgezonden dienen. Maar dit is tegen hetgeen
bij Daniël (7. 10) gezegd wordt: “Duizend maal duizend dienden Hem”.
Sed contra est quod Gregorius dicit, referens sententiam Dionysii, superiora agmina
usum exterioris ministerii nequaquam habent. (Ia q. 112 a. 2 s. c.)
Daartegenover staat echter wat Gregorius zegt, de mening van Dionysius weergevend:
“De hogere groepen hebben geenszins de uitoefening der uiterlijke bediening”.
Respondeo dicendum quod, sicut ex supra dictis patet, hoc habet ordo divinae providentiae,
non solum in Angelis, sed etiam in toto universo, quod inferiora per superiora administrantur,
sed ab hoc ordine in rebus corporalibus aliquando ex divina dispensatione receditur,
propter altiorem ordinem, secundum scilicet quod expedit ad gratiae manifestationem.
Quod enim caecus natus fuit illuminatus, quod Lazarus fuit suscitatus, immediate a
Deo factum est, absque aliqua actione caelestium corporum. Sed et Angeli boni et mali
possunt aliquid in istis corporibus operari praeter actionem caelestium corporum,
condensando nubes in pluvias, et aliqua huiusmodi faciendo. Neque alicui debet esse
dubium quin Deus immediate hominibus aliqua revelare posset, non mediantibus Angelis;
et superiores Angeli, non mediantibus inferioribus. Et secundum hanc considerationem,
quidam dixerunt quod, secundum communem legem, superiores non mittuntur, sed inferiores
tantum; sed ex aliqua dispensatione divina, interdum etiam superiores mittuntur. Sed
hoc non videtur rationabile. Quia ordo angelicus attenditur secundum dona gratiarum.
Ordo autem gratiae non habet alium superiorem ordinem, propter quem praetermitti debeat,
sicut praetermittitur ordo naturae propter ordinem gratiae. Considerandum est etiam
quod ordo naturae in operationibus miraculorum praetermittitur, propter fidei confirmationem.
Ad quam nihil valeret, si praetermitteretur ordo angelicus, quia hoc a nobis percipi
non posset. Nihil etiam est ita magnum in ministeriis divinis, quod per inferiores
ordines exerceri non possit. Unde Gregorius dicit quod qui summa annuntiant, Archangeli
vocantur. Hinc est quod ad virginem Mariam Gabriel Archangelus mittitur. Quod tamen
fuit summum inter omnia divina ministeria, ut ibidem subditur. Et ideo simpliciter
dicendum est, cum Dionysio, quod superiores Angeli nunquam ad exterius ministerium
mittuntur. (Ia q. 112 a. 2 co.)
Zoals uit het boven gezegde duidelijk is (106e Kw. 3e Art.; 110e Kw. 1e Art.), is
dit het plan der goddelijke Voorzienigheid, niet alleen betreffende de engelen, maar
in geheel het heelal, dat het lagere door het hogere beheerd wordt: maar van deze
orde wordt in de lichamelijke dingen soms door beschikking Gods afgeweken om wille
van een hogere orde: in zover dit nl. dienstig is voor de openbaring der genade. Dat
de blindgeborene genezen werd, dat Lazarus werd opgewekt, geschiedde onmiddellijk
door God zonder enige werking der hemellichamen. Maar ook de goede en de boze engelen
kunnen in de lichamelijke dingen iets uitwerken, buiten de werking der hemellichamen
om, zoals de wolken tot regen verdichten, e.d. dingen. Niemand twijfelt er ook over,
dat God onmiddellijk de mensen iets kan openbaren zonder tussenkomst der engelen;
en insgelijks de hogere engelen zonder tussenkomst der lagere. En hierom hebben sommigen
gezegd, dat volgens de algemene wet de hogere niet gezonden worden, alleen maar de
lagere; doch dat door goddelijke Beschikking soms ook de hogere gezonden worden. Maar
dit lijkt niet verstandig. De volgorde der engelen ziet men naar de genadegaven. Maar
de orde der genade heeft geen hogere orde, waarom zij zou moeten worden voorbijgegaan.
— Men bedenke ook, dat de orde der natuur bij wonderwerking voorbijgegaan wordt ter
bevestiging van het geloof. Hiertoe echter is van geen waarde, dat de orde der engelen
voorbijgegaan wordt, daar wij dit toch niet kunnen waarnemen. — Ook is er in de goddelijke
bedieningen niets zo groot, dat niet door de lagere koren zou kunnen worden gedaan.
Vandaar zegt Gregorius: “Die heel belangrijkste boodschappen, worden Aartsengelen
genoemd. Daarom is het, dat tot de Maagd Maria de Aartsengel Gabriël gezonden wordt”.
Dit echter was het hoogste van alle goddelijke bedieningen, zoals aldaar wordt toegevoegd.
— Zonder meer is dus met Dionysius te zeggen, dat de hogere engelen nooit ter uiterlijke
bediening worden uitgezonden.
Ad primum ergo dicendum quod, sicut in missionibus divinarum personarum aliqua est
visibilis, quae attenditur secundum creaturam corpoream; aliqua invisibilis, quae
fit secundum spiritualem effectum, ita in missionibus Angelorum aliqua dicitur exterior,
quae scilicet est ad aliquod ministerium circa corporalia exhibendum, et secundum
hanc missionem non omnes mittuntur; alia est interior, secundum intellectuales effectus,
prout scilicet unus Angelus illuminat alium, et sic omnes Angeli mittuntur. Vel aliter
dicendum quod apostolus inducit illud ad probandum quod Christus sit maior Angelis
per quos data est lex; ut sic ostendat excellentiam novae legis ad veterem. Unde non
oportet quod intelligatur nisi de Angelis ministerii, per quos data est lex. (Ia q. 112 a. 2 ad 1)
1 — Zoals bij de zendingen der goddelijke Personen er zichtbare zijn, beschouwd naar het
lichamelijke schepsel; en onzichtbare naar het geestelijk gevolg; zo zijn er ook bij
de zendingen der engelen uiterlijke, nl. ter uitoefening van een bediening met betrekking
tot de lichamen, en wat deze zending aangaat, worden niet allen gezonden. Er is ook
innerlijke zending naar verstandelijk gevolg, voor zover de ene engel de andere verlicht,
en zo worden alle engelen gezonden. Ofwel moet men zeggen, dat de Apostel dit aanvoert
als bewijs, dat Christus hoger is dan de engelen, door wie de wet gegeven werd, om
aldus de verhevenheid der nieuwe wet boven de oude aan te tonen. Daarom moet die tekst
niet dan van de engelen, die bedienen, verstaan worden, daar door hen de wet gegeven
is.
Ad secundum dicendum, secundum Dionysium, quod ille Angelus qui missus est ad purgandum
labia prophetae, fuit de inferioribus Angelis; sed dictus est Seraphim, idest incendens,
aequivoce, propter hoc quod venerat ad incendendum labia prophetae. Vel dicendum quod
superiores Angeli communicant propria dona, a quibus denominantur, mediantibus inferioribus
Angelis. Sic igitur unus de Seraphim dictus est purgasse incendio labia prophetae,
non quia hoc ipse immediate fecerit, sed quia inferior Angelus virtute eius hoc fecit.
Sicut Papa dicitur absolvere aliquem, etiam si per alium officium absolutionis impendat. (Ia q. 112 a. 2 ad 2)
2 — Volgens Dionysius was de engel die gezonden werd om de lippen van de Profeet te zuiveren,
een der lagere engelen. Maar hij is Serafijn genoemd, dat is brander, naar analogie,
daar hij kwam om de lippen van de Profeet te branden. Ofwel men moet zeggen, dat de
hogere engelen hun eigen gaven, waarnaar ze genoemd worden, door tussenkomst van de
lagere, mededelen. Zo wordt gezegd, dat een der Serafijnen met een vuurkool de lippen
van de Profeet reinigde, niet alsof hij dat zelf onmiddellijk deed, maar omdat een
lagere engel dat in zijn kracht deed. Zoals men ook zegt, dat de Paus iemand absolveert,
ofschoon hij door een ander de absolutie laat verrichten.
Ad tertium dicendum quod divinae personae non mittuntur in ministerium, sed aequivoce
mitti dicuntur; ut ex praedictis patet. (Ia q. 112 a. 2 ad 3)
3 — De goddelijke Personen worden met ter bediening gezonden, maar naar analogie zegt
men, dat Zij gezonden worden.
Ad quartum dicendum quod in divinis ministeriis est multiplex gradus. Unde nihil prohibet
etiam inaequales Angelos immediate ad ministeria mitti; ita tamen quod superiores
mittantur ad altiora ministeria, inferiores vero ad inferiora. (Ia q. 112 a. 2 ad 4)
4 — Er zijn in de goddelijke bedieningen vele graden. Vandaar is er niets op tegen dat
ongelijke engelen onmiddellijk ter bediening worden uitgezonden, zo echter, dat de
hogere tot hogere bedieningen, de lagere tot lagere bedieningen gezonden worden.
Articulus 3. Staan allen die gezonden worden, vóór God?
Ad tertium sic proceditur. Videtur quod etiam Angeli qui mittuntur, assistant. Dicit
enim Gregorius, in homilia, et mittuntur igitur Angeli, et assistunt, quia etsi circumscriptus
est angelicus spiritus, summus tamen spiritus ipse, qui Deus est, circumscriptus non
est. (Ia q. 112 a. 3 arg. 1)
1 — Men beweert, dat ook de engelen, die gezonden worden, voor God staan. — Gregorius
zegt immers: “De engelen worden dus gezonden en staan voor God: want ofschoon de engel
een beperkte geest is, is de hoogste Geest, dat is God, niet beperkt”.
Praeterea, Angelus Tobiae in ministerium missus fuit. Sed tamen ipse dixit, ego sum
Raphael Angelus, unus ex septem qui adstamus ante Deum, ut habetur Tobiae XII. Ergo
Angeli qui mittuntur, assistunt. (Ia q. 112 a. 3 arg. 2)
2 — Er is een engel ter bediening tot Tobias gezonden. Maar zoals in het Boek Tobias staat
(12, 15) zeide deze zelf: “Ik ben de engel Rafaël, één van de zeven die voor God staan”.
Dus de engelen die gezonden worden, staan voor God.
Praeterea, quilibet Angelus beatus propinquior est Deo quam Satan. Sed Satan assistit
Deo; secundum quod dicitur Iob I, cum assisterent filii Dei coram domino, affuit inter
eos et Satan. Ergo multo magis Angeli qui mittuntur in ministerium, assistunt. (Ia q. 112 a. 3 arg. 3)
3 — Iedere zalige engel is dichter bij God dan Satan. Maar Satan staat voor God, zoals
in het Boek Job (1, 6) gezegd wordt: “Toen de zonen Gods voor de Heer stonden, was
onder hen ook Satan”. Veel eerder dus staan de engelen, die ter bediening uitgezonden
worden, voor God.
Praeterea, si inferiores Angeli non assistunt, hoc non est nisi quia non immediate,
sed per superiores Angelos divinas illuminationes recipiunt. Sed quilibet Angelus
per superiorem divinas illuminationes suscipit, excepto eo qui est inter omnes supremus.
Ergo solus supremus Angelus assisteret. Quod est contra illud quod habetur Dan. VII,
decies millies centena millia assistebant ei. Ergo etiam illi qui ministrant, assistunt. (Ia q. 112 a. 3 arg. 4)
4 — Als de lagere engelen niet voor God staan, is dat alleen, omdat ze niet onmiddellijk,
doch door de hogere engelen de goddelijke verlichtingen ontvangen. Maar iedere engel
ontvangt door een hogere de goddelijke verlichtingen, behalve de hoogste van allen.
Alleen dus de hoogste engel staat voor God. Maar dat is tegen hetgeen in het Boek
Daniël (7, 10) gezegd wordt: “Tienduizend maal honderdduizend staan voor Hem”.
Sed contra est quod Gregorius dicit, XVII Moral., super illud Iob, numquid est numerus
militum eius? Assistunt, inquit, illae potestates, quae ad quaedam hominibus nuntianda
non exeunt. Ergo illi qui in ministerium mittuntur, non assistunt. (Ia q. 112 a. 3 s. c.)
Daartegenover staat echter, wat Gregorius zegt naar aanleiding van het woord uit het
Boek Job (23, 3): “Is er soms een getal zijner krijgers?” “Voor Hem staan”, zegt hij,
“die krachten die niet uitgaan om de mensen te boodschappen”. Dus die ter bediening
worden uitgezonden, staan niet voor God.
Respondeo dicendum quod Angeli introducuntur assistentes et administrantes, ad similitudinem
eorum qui alicui regi famulantur. Quorum aliqui semper ei assistunt, et eius praecepta
immediate audiunt. Alii vero sunt, ad quos praecepta regalia per assistentes nuntiantur,
sicut illi qui administrationi civitatum praeficiuntur, et hi dicuntur ministrantes,
sed non assistentes. Considerandum est ergo quod omnes Angeli divinam essentiam immediate
vident, et quantum ad hoc, omnes etiam qui ministrant, assistere dicuntur. Unde Gregorius
dicit in II Moral., quod semper assistere, aut videre faciem patris possunt, qui ad
ministerium exterius mittuntur pro nostra salute. Sed non omnes Angeli secreta divinorum
mysteriorum in ipsa claritate divinae essentiae percipere possunt; sed soli superiores,
per quos inferioribus denuntiantur. Et secundum hoc, soli superiores, qui sunt primae
hierarchiae, assistere dicuntur, cuius proprium dicit esse Dionysius immediate a Deo
illuminari. (Ia q. 112 a. 3 co.)
Men zegt van de engelen, dat zij voor God staan, en gezonden worden in gelijkenis
naar degenen, die een koning dienen. Van dezulken staan er enigen altijd voor hem
en hooren onmiddellijk zijn bevelen. Dan zijn er nog anderen, aan wie de koninklijke
bevelen door de vorigen worden bekend gemaakt, zoals degenen die aan het hoofd van
het beheer der steden staan, en van dezen zegt men dat zij bedienen, niet dat zij
voor hem staan. Men bedenke dan, dat alle engelen onmiddellijk het goddelijk Wezen
zien: en wat dit aangaat staan allen, ook die bedienen, voor Hem. Vandaar zegt Gregorius,
dat “degenen, die voor ons heil ter bediening worden uitgezonden, altijd voor Hem
staan, op het aanschijn van de Vader gunnen zien”. Maar niet alle engelen kunnen de
geheimenissen der goddelijke mysteries in de klaarheid van Gods Wezen zien, maar alleen
de hogere, door wie ze aan de lagere worden medegedeeld. En wat dit aangaat wordt
uitsluitend van de hogere, der eerste hiërarchie, gezegd, dat zij voor Hem staan,
want, naar Dionysius zegt, is het hun eigen onmiddellijk door God verlicht te worden.
Et per hoc patet solutio ad primum et secundum, quae procedunt de primo modo assistendi. (Ia q. 112 a. 3 ad 1)
Ad tertium dicendum quod Satan non dicitur astitisse, sed inter assistentes affuisse
describitur, quia, ut Gregorius dicit II Moral., etsi beatitudinem perdidit, naturam
tamen Angelis similem non amisit. (Ia q. 112 a. 3 ad 3)
3 — En hieruit blijkt het antwoord op de eerste en tweede bedenking, die uitgaan van de
eerste manier van voor God te staan. Er wordt van Satan niet gezegd, dat hij voor
God stond, primo modo assistendi. maar er wordt beschreven, dat hij zich onder die
engelen bevond, want zoals Gregorius zegt, “ofschoon hij de gelukzaligheid heeft verloren,
heeft hij zijn aan de heilige engelen gelijke natuur niet verloren”.
Ad quartum dicendum quod omnes assistentes aliqua immediate vident in claritate divinae
essentiae; et ideo totius primae hierarchiae proprium esse dicitur immediate illuminari
a Deo. Sed superiores eorum plura percipiunt quam inferiores, de quibus illuminant
alios, sicut etiam inter eos qui assistunt regi, plura scit de secretis regis unus
quam alius. (Ia q. 112 a. 3 ad 4)
4 — Allen die voor God staan zien onmiddellijk iets in de klaarheid van het goddelijk
Wezen; en daarom zegt men, dat het eigene van heel de eerste hiërarchie is onmiddellijk
door God verlicht te worden. Maar de hogere onder hen nemen meer waar dan de lagere,
waarover zij anderen verlichten: zoals ook onder degenen die voor de koning staan
de een meer van de geheimen des konings weet dan de ander.
Articulus 4. Uit welke koren worden ze gezonden?
Ad quartum sic proceditur. Videtur quod Angeli secundae hierarchiae omnes mittantur.
Angeli enim omnes vel assistunt vel ministrant; secundum quod habetur Dan. VII. Sed
Angeli secundae hierarchiae non assistunt, illuminantur enim per Angelos primae hierarchiae,
sicut dicit Dionysius VIII cap. Cael. Hier. Omnes ergo Angeli secundae hierarchiae
in ministerium mittuntur. (Ia q. 112 a. 4 arg. 1)
1 — Men beweert, dat alle engelen der twee hiërarchie gezonden worden. — Naar hetgeen
in het Boek Daniël gezegd wordt (7, 10), staan alle engelen ofwel voor God ofwel dienen
ze. Maar de engelen der tweede hiërarchie staan niet voor God: ze worden immers, naar
Dionysius zegt, verlicht door de engelen der eerste hiërarchie. Dus worden alle engelen
der tweede hiërarchie in bediening gezonden.
Praeterea, Gregorius dicit, XVII Moral., quod plures sunt qui ministrant, quam qui
assistunt. Sed hoc non esset, si Angeli secundae hierarchiae in ministerium non mitterentur.
Ergo omnes Angeli secundae hierarchiae in ministerium mittuntur. (Ia q. 112 a. 4 arg. 2)
2 — Gregorius zegt, dat “er meer dienen, dan voor God staan”. Maar dit zou niet zijn,
als de engelen der tweede hiërarchie niet ter bediening werden uitgezonden. Dus worden
alle engelen der tweede hiërarchie ter bediening uitgezonden.
Sed contra est quod Dionysius dicit, quod dominationes sunt maiores omni subiectione.
Sed mitti in ministerium, ad subiectionem pertinet. Ergo dominationes in ministerium
non mittuntur. (Ia q. 112 a. 4 s. c.)
Daartegenover staat echter wat Dionysius zegt, dat “de Heerschappijen hoog boven alle
ondergeschiktheid staan”. Maar ter bediening gezonden worden behoort bij ondergeschiktheid.
Dus worden de Heerschappijen niet ter bediening gezonden.
Respondeo dicendum quod, sicut supra dictum est, mitti ad exterius ministerium proprie
convenit Angelo, secundum quod ex divino imperio operatur circa aliquam creaturam
corporalem; quod quidem pertinet ad executionem divini ministerii. Proprietates autem
Angelorum ex eorum nominibus manifestantur, ut Dionysius dicit VII cap. Cael. Hier.
Et ideo Angeli illorum ordinum ad exterius ministerium mittuntur, ex quorum nominibus
aliqua executio datur intelligi. In nomine autem dominationum non importatur aliqua
executio, sed sola dispositio et imperium de exequendis. Sed in nominibus inferiorum
ordinum intelligitur aliqua executio, nam Angeli et Archangeli denominantur a denuntiando;
virtutes et potestates dicuntur per respectum ad aliquem actum; principis etiam est,
ut Gregorius dicit, inter alios operantes priorem existere. Unde ad hos quinque ordines
pertinet in exterius ministerium mitti, non autem ad quatuor superiores. (Ia q. 112 a. 4 co.)
Ter uiterlijke bediening gezonden worden, komt, zoals boven gezegd is (1e Art.), toe
aan de engel, voor zover hij op goddelijk bevel in een lichamelijk schepsel werkt:
dit toch behoort bij de uitvoering der goddelijke bediening. De eigenschappen der
engelen blijken echter, naar Dionysius zegt, uit hun namen. En daarom worden er engelen
uit die koren ter uiterlijke bediening gezonden, in welker namen enige uitvoering
te verstaan valt. In de naam Heerschappijen is geen uitvoering begrepen, maar alleen
de ordening en het bevel ter uitvoering. Maar in de namen der lagere koren is enige
uitvoering te verstaan: want Engelen en Aartsengelen worden naar het boodschappen
genoemd; Machten en Krachten met betrekking tot daden. Ook “bij de Hoogheid hoort
het”, naar Gregorius zegt, “de eerste te zijn onder anderen die merken”. Vandaar behoort
het bij deze vijf koren ter uiterlijke bediening gezonden te worden, niet echter bij
de vier hogere.
Ad primum ergo dicendum quod dominationes computantur quidem inter Angelos ministrantes,
non sicut exequentes ministerium, sed sicut disponentes et mandantes quid per alios
fieri debeat. Sicut architectores in artificiis nihil manu operantur, sed solum disponunt
et praecipiunt quid alii debeant operari. (Ia q. 112 a. 4 ad 1)
1 — De Heerschappijen worden wel onder de bedienende engelen gerekend, niet echter alsof
zij zelve de bediening uitvoeren, maar omdat zij ordenen en bevelen wat door anderen
geschieden moet. Zoals ook architecten bij bouwwerken niets met de hand uitwerken,
doch alleen ordenen en bevelen wat anderen moeten uitwerken.
Ad secundum dicendum quod de numero assistentium et ministrantium duplex ratio haberi
potest. Gregorius enim dicit plures esse ministrantes quam assistentes. Intelligit
enim quod dicitur, millia millium ministrabant ei, non esse dictum multiplicative,
sed partitive; ac si diceretur, millia de numero millium. Et sic ministrantium numerus
ponitur indefinitus, ad significandum excessum; assistentium vero finitus, cum subditur,
et decies millies centena millia assistebant ei. Et hoc procedit secundum rationem
Platonicorum, qui dicebant quod quanto aliqua sunt uni primo principio propinquiora,
tanto sunt minoris multitudinis, sicut quanto numerus est propinquior unitati, tanto
est multitudine minor. Et haec opinio salvatur quantum ad numerum ordinum, dum sex
ministrant, et tres assistunt. Sed Dionysius ponit, XIV cap. Cael. Hier., quod multitudo
Angelorum transcendit omnem materialem multitudinem; ut scilicet, sicut corpora superiora
transcendunt corpora inferiora magnitudine quasi in immensum, ita superiores naturae
incorporeae transcendunt multitudine omnes naturas corporeas; quia quod est melius,
est magis a Deo intentum et multiplicatum. Et secundum hoc, cum assistentes sint superiores
ministrantibus, plures erunt assistentes quam ministrantes. Unde secundum hoc, millia
millium legitur multiplicativae, ac si diceretur, millies millia. Et quia decies centum
sunt mille, si diceretur, decies centena millia, daretur intelligi quod tot essent
assistentes, quot ministrantes, sed quia dicitur, decies millies centena millia, multo
plures dicuntur esse assistentes quam ministrantes. Nec tamen hoc pro tanto dicitur,
quia tantus solum sit Angelorum numerus, sed multo maior, quia omnem materialem multitudinem
excedit. Quod significatur per multiplicationem maximorum numerorum supra seipsos,
scilicet denarii, centenarii et millenarii; ut Dionysius ibidem dicit. (Ia q. 112 a. 4 ad 2)
2 — Over het aantal dergenen die voor God staan en die bedienen kan men een tweevoudige
berekening hebben. Gregorius zegt immers dat er meer zijn, die bedienen dan voor God
staan. Hij verstaat nl. het gezegde: “Duizend duizenden dienden Hem” niet als vermenigvuldiging,
maar als deeling, alsof er gezegd werd: “Duizend uit duizenden”. En zo wordt het aantal
der dienenden onbepaald om het onzegbaar groote aantal aan te duiden; maar het aantal
van die voor God staan is bepaald, omdat toegevoegd wordt: “Tienduizend maal honderdduizend
stonden voor Hem”. En dit is naar de opvatting der Platonici, die zeiden, dat hoe
dichter de dingen bij een eerste beginsel zijn, des te kleiner hun aantal is, zoals
hoe dichter een getal bij de eenheid is, zoveel kleiner het is. En deze opvatting
blijft intact wat het aantal der koren aangaat, daar er zes bedienen, en drie voor
God staan. Maar Dionysius heeft de stelling, dat de menigte der engelen iedere menigte
der stoffelijke dingen overtreft, nl., zoals de hogere lichamen de lagere in hoegrootheid
als onmetelijk overtreffen, zo de hogere onstoffelijke naturen in aantal alle lichamelijke
naturen overtreffen, want wat beter is, is door God meer bedoeld en verveelvoudigd.
Daar dus degene, die voor God staan, hoger zijn dan de dienenden, zullen op deze wijze
er meer voor God staan dan bedienen. En hiernaar wordt het “duizend duizenden” als
vermenigvuldiging gelezen, alsof gezegd werd: “Duizend maal duizend”. En omdat tien
maal honderd ook duizend is, zou, als gezegd werd: “Tien maal honderdduizend”, te
verstaan gegeven worden, dat er evenveel voor God staan als er bedienen: maar omdat
gezegd wordt: “Tienduizendmaal honderdduizend” worden er veel meer aangegeven, die
voor God staan, dan bedienen. — Maar dit getal wordt niet opgegeven, omdat dit slechts
het aantal der engelen zijn zou: dit is veel groter, omdat het iedere materiële hoeveelheid
overtreft. En dit wordt, naar Dionysius zegt, beduid door de vermenigvuldiging van
de hoogste getallen met elkaar: tientallen, honderdtallen en duizendtallen.